“Je moet gewoon wat meer oefeningen doen.”
Dat is vaak het eerste wat jonge moeders met bekkeninstabiliteit te horen krijgen. Van hun fysiotherapeut, de verloskundige, de personal trainer, het online trainingsprogramma, een vriendin, of zelfs via Google. En dus gaan ze aan de slag: bekken kantelen, bruggetjes, core stability, bekkenbodemspanning oefenen. Soms lijkt het even te helpen, maar vaak komt de pijn terug. Of wordt het zelfs erger.
Waarom werken veel standaard oefeningen niet?
Omdat het lichaam niet alleen functioneert via spieren. Bekkeninstabiliteit is geen kwestie van spierzwakte, maar van ontregeling in het hele systeem. Een systeem dat bestaat uit je zenuwstelsel, je spierspanning, je ademhaling, je voeding, je hormonen, je stressniveau én je bewegingspatronen.
Daarom focussen we in het Kantel Programma niet op ‘meer doen’, maar op ‘anders trainen’. Niet pushen, maar reguleren.
Wat is het risico van ‘zomaar’ gaan oefenen?
Veel vrouwen starten met oefeningen zonder begeleiding of zonder te begrijpen wat hun lichaam écht nodig heeft. Gevolg?
- Verergering van klachten
- Meer instabiliteitsgevoel
- Frustratie omdat ze ‘alles doen wat geadviseerd wordt’ en toch geen resultaat zien
En dan ontstaat vaak het idee: “Mijn lichaam is stuk”* terwijl het probleem zit in het verkeerde startpunt.
De juiste volgorde: eerst veiligheid, dan kracht
In het Kantel Programma werken we met een duidelijke opbouw:
1. Zenuwstelsel tot rust brengen met ademhaling, ontspanning en vertrouwen
2. Functionele beweging herintroduceren in je dagelijks leven (staan, lopen, zitten)
3. Gerichte training van stabiliteit met milde, veilige oefeningen op maat
Pas als je zenuwstelsel ‘groen licht’ geeft, kun je specifiek en klein opbouwen zonder terugval.
Oefeningen die vrouwen met chronische pijn doen en vaak averechts werken (tenzij goed getimed)
- Harde krachttraining
- Te vroege bekkenbodemspanningsoefeningen zonder ontspanning
- Te lang zitten, lopen of staan in één houding zonder bewegingsvariatie
- Yoga met veel heupopeners of overstrekking van banden
Rosa’s verhaal: van overtraining naar herstel
Rosa had na haar tweede bevalling last van chronische bekkenklachten. Ze deed trouw haar oefeningen, zelfs twee keer per dag. Maar haar klachten werden erger. In het Kantel Programma ontdekten we dat haar ademhaling hoog zat, haar bekkenbodem constant gespannen stond, en haar zenuwstelsel overbelast was.
Ze stopte met trainen, leerde eerst rusten, ademen, en bewegen zonder angst. Pas daarna bouwden we opnieuw kracht op. Na acht weken voelde ze zich stabieler dan ooit – en vooral: weer in verbinding met haar lijf.
Wat maakt het verschil?
- De volgorde van trainen
- De veiligheid in je zenuwstelsel
- De persoonlijke afstemming op wat jij nodig hebt
In het Kantel Programma zeggen we vaak: Het is niet wat je doet, maar hoe je het doet én wanneer je het doet.
Samenvattend
Wat helpt écht bij bekkeninstabiliteit?
Herstel begint bij veiligheid. Daarna volgt beweging, opbouw en training. Oefeningen kunnen helpen, maar alleen als ze afgestemd zijn op jouw systeem, ritme en herstelcapaciteit. Wil je weer kunnen bewegen, werken, leven zonder angst voor terugval? Dan begint dat met begrijpen wat jouw lichaam nodig heeft.
👉 In het Kantel Programma combineren we wetenschap, ervaring en strategie. Zodat jij niet hoeft te gokken maar gericht kunt kantelen.